De NAVO verliest haar eerste oorlog
Op de tweedaagse NAVO-top, die zondag in Chicago begint, staat het hoofdpijndossier Afghanistan centraal. 130.000 buitenlandse militairen moeten binnen anderhalf jaar het Zuid-Aziatische land verlaten. Dat is geen leuk vooruitzicht, want inmiddels staan aan de zijlijn de verslagen ultra-orthodoxe taliban van 2001 te trappelen. Het is een publiek geheim: na 2014 wacht de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie de eerste nederlaag in haar 63-jarige geschiedenis.
Voorlopig wijzen de aanwezige politici en militairen liever op de vele pluspunten van ruim tien jaar bemoeienis. Kinderen kunnen naar school en vrouwen zitten in het parlement. Voor het handhaven van de binnenlandse orde coördineert de NAVO de eenheden van bijna vijftig landen van de Internationale Veiligheids- en Assistentie Macht ISAF. Die moet tegen 2014 zijn vervangen door 350.000 Afghaanse politieagenten en militairen. Een logistiek huzarenstukje.
Minder nadruk zal liggen op het aantal incidenten waarbij Afghaanse militairen of politieagenten op buitenlandse militairen schieten. Deze 'green on blue' laat een stijgende lijn zien. Vorig jaar stierven 35 ISAF-militairen door dit soort 'friendly fire'. Dit jaar staat de teller al op 22. Vorige week kwamen twee Britse militairen om toen twee Afghaanse politieagenten in de zuidelijke provincie Helmand het vuur op hen openden. Inmiddels sterft één op de zeven omgekomen buitenlandse militairen door een Afghaanse medestrijder.
In absolute cijfers vallen die 22 doden mee, dit jaar sneuvelden tot nu toe 160 buitenlandse militairen. Het benadrukt wel de vergaande infiltratie van de taliban in de Afghaanse veiligheidstroepen.
Het bergachtige land kraakt in al zijn voegen. Onder het Afghaanse volk is het anti-westerse sentiment de laatste jaren toegenomen door de vele onschuldige slachtoffers bij bombardementen en wilde schietpartijen door dolgedraaide buitenlanders. In maart schoot een Amerikaanse marinier 16 willekeurige burgers in de provincie Kandahar dood. Daarnaast floreert de wijdverspreide corruptie als nooit tevoren. Criminaliteit en de machteloosheid van de huidige regering hebben een sfeer gekweekt waarin de 35 miljoen inwoners niet staan te springen om zich in te zetten voor een verlenging van de door het Westen gesteunde regering van president Hamid Karzai. De frustratie zit zo diep dat het verbranden van wat korans voldoet om het land in dagenlange onlusten te werpen, zoals in februari.
Het overleg met de taliban voor een vreedzaam einde aan de binnenlandse oorlog zit muurvast. Vorig jaar stierf bij een aanslag de belangrijkste man die de vijanden bijeen kon brengen, oud-president Burhanudin Rabanni.
In Chicago zullen de NAVO-landen in een gesmeerde pr-campagne licht blijven zien aan het einde van de tunnel. Zoals bij de Vietnamoorlog. Twee jaar na het vertrek van de Verenigde Staten in 1973 stortte het zittende regiem van president Nguyen Van Thieu in elkaar. Dit scenario wacht naar alle waarschijnlijkheid ook Afghanistan na 2014.
Pro forma zal de verdragsorganisatie mededelen dat de bondgenoten ook na vertrek hun verantwoordelijkheid nemen en jaarlijks 3 miljard euro meebetalen aan salariëring, onderhoud en training van de Afghaanse strijdkrachten. Nederland draagt in drie jaar naar schatting 90 miljoen euro bij. Voor het eindresultaat - de taliban terug aan de macht - maakt het niet uit, maar de westerse eer is met die miljarden gered.

